Een museum in een woonzorgcentrum, heb je dat al ooit gezien? Binnen WZN Edegem is het aanwezig. Onder leiding van Museum E!-gids Anneleen Hendrickx werken bezoekers van LDC Den Appel, bewoners van WZC Immaculata en externen samen rond kunst.
Wat betekent Museum E! voor jou en de bewoners?
Anneleen: “De E! van Museum E! staat voor Ervaren! en dat is eigenlijk het voornaamste: kunst ervaren op alle manieren. In mijn ogen heeft Museum E verschillende pijlers, maar de hoofdzaak is kunst of erfgoed gebruiken om te komen tot verbinding tussen mensen. Dat kan op veel verschillende manieren op stand komen. Daarnaast is het natuurlijk ook veel meer dan verbinding. Het is ook een soort van zingeving voor de bewoners, klanten, familieleden...
Via kunst worden de hersenen op een andere manier gebruikt. Je communiceert over iets totaal anders dan het weer of het eten. Het is veel meer dan dat en die prikkels zijn fijn. We doen dan ook veel verschillende soorten projecten om zoveel mogelijk mensen te bereiken”
Wat voor soort projecten zijn dat?
Anneleen: “Ik splits de activiteiten eigenlijk altijd op in twee grote delen. Enerzijds zijn er de biografisch gerichte activiteiten. Anderzijds zijn er echt de kunstgerelateerde activiteiten waar we zelf of met behulp van kunstenaars iets rond kunst doen. Dat kan iets kleins zijn maar de kunst staat daar centraal. Zo zijn de open ateliers daar een groot deel van”
WZC Immaculata staat gekend om zijn biografisch gerichte dienstverlening. Op welke manier komt kunst daarbij kijken.
Anneleen: “Ik denk dat het meest gekende en misschien ook wel het belangrijkste aspect daar de vitrines zijn. Daarin worden materiaal gestopt van de bewoner en aan de deur van een bewoner gehangen. Op die manier weet je meteen wat die resident juist deed tijdens het leven. Die vitrines zijn niet alleen belangrijk voor de bewoners, maar ook voor familieleden en collega’s”
Hoe zit de werking rond de vitrines juist in elkaar?
Anneleen: "Dat is eigenlijk een heel mooi proces. Het vitrinekastje wordt bij nieuwe bewoners gemaakt met familieleden. Soms kan dat moeilijk en ontroerend zijn maar de mensen voelen zich op een bepaalde manier wel gezien op dat moment. Dat kan confronterend zijn of net goed zijn voor de resident maar er gebeurt altijd iets en dat is ook kunst. Ze worden dan gezien door mij en de familie, en achteraf ook door andere familieleden, andere residenten, de collega’s. Ze zijn dan zoveel meer dan enkel ‘Maria van B19’, ze zijn een persoon die gezien mag worden”
Hoe bekijken andere mensen die vitrines?
Anneleen: “Je ziet toch soms bepaalde familieleden vol verwondering staan bij de vitrines en bekijken wat iemand in zijn of haar leven gedaan heeft. Bovendien doe ik op regelmatige basis ‘Leer je buren kennen’. Daarbij ga ik met enkele bewoners op bezoek bij een vitrinekastje. Dan zie je ze toch altijd een paar centimeter groeien van fierheid. Dat is fijn. We willen daar in de toekomst ook meer rond doen. Een stagiaire ergotherapie maakt daar momenteel haar eindwerk van en ik heb ook zelf een opleiding gevolgd met veel methodieken rond erfgoed. Daar zijn we ook echt mee bezig, het erfgoed en objecten van de bewoners”
Het vitrinekastje wordt bij nieuwe bewoners gemaakt met familieleden. Soms kan dat moeilijk en ontroerend zijn maar de mensen voelen zich op een bepaalde manier wel gezien op dat moment.
Wat doe je dan met dat erfgoed?
Anneleen: “We hebben een object voor ons en starten met de zintuigen. Wat zie je, wat voel je, Wat ruik je? Daarbij beschrijven we het zeer objectief. Vervolgens linken we daar meer persoonlijke vragen aan. Wat denk jij dat het is? Hoe laat het jou voelen? Dan komt er meestal echt een persoonlijk verhaal van de residenten. Er komen allemaal ervaringen naar boven en er ontstaat ene gesprek”
Veel spreken over objecten dus. Het lijkt me niet gemakkelijk voor mensen met een spraakmoeilijkheid om daaraan deel te nemen.
Anneleen: “Dat is waar maar met Museum E! werken we zeer inclusief. Er is een groep mensen die verbaal niet meer zo sterk zijn maar dan tekenen we iets meer of doen we iets visueels rond het object. Communicatie is heel breed. Het is niet omdat de spraak weg is dat er niet over een object gecommuniceerd kan worden. Op elk niveau is er wel iets te doen met kunst. Dat is ook het mooie. Kunst is er voor iedereen”
We hebben het nu voornamelijk gehad over de biografisch gerichte kunst maar het andere luik is ook dat er echt zelf kunst wordt gemaakt.
Anneleen: “Dat klopt en dat is voornamelijk bij de open ateliers, een heilig huisje binnen onze organisatie. Het is een traditie in huis en een traditie die ik echt koester. Elke week maak ik daar samen met residenten kunst in de brede zin van het woord. Ondertussen komen er zo’n 15 residenten samen in die ateliers, een mengelmoes van mensen die vroeger kunstenaar waren maar ook residenten die nu voor de eerste keer schilderen of tekenen”
Je maakt dus kunst als groep?
Anneleen: “Nee, we zijn in groep kunst aan het maken maar we maken de kunst nooit als groep. We vertrekken altijd van het individu en van de persoon zelf. Wat wil jij? Wie ben jij? Wat wil jij doen en kijken? Wat kan er nog? Wat lukt er fysiek en mentaal nog? Het is een individueel traject maar wel in groepssfeer en dat is zo knap aan Museum E!. Er is een spotlight op elk individu om te shinen maar worden door de groep wel begeesterd en op een positieve manier bekrachtigd”
Is kunst een verbindings factor voor mensen?
Anneleen: “Voor mij is dat de sterkste verbindingsfactor maar dat is natuurlijk zeer persoonlijk. Ik merk wel dat kunst voor sommige mensen heel abstract is en daardoor niet meteen toegankelijk. Er is een soort van drempel en die probeer ik hier wel weg te nemen. Zo gaan we op bezoek naar het Muhka en dan bekijken we wat kunst. Dat is voor de meeste bewoners en familieleden een uitstapje maar eigenlijk zijn ze dan al bezig met kunst. Ze spreken tijdens Meetme@muhka al over gevoelens en zo. Er komt een gesprek op gang. Veel mensen hebben ook commentaar op kunst: ze vinden het slecht, ze vinden het lelijk … maar net door dat te verwoorden, zijn ze ook bezig met kunst. Onbewust gebeurt er heel veel. We gebruiken kunst als startpunt om te spreken en te leren kijken naar dingen. Daar start alles mee dus ik bezie het wel als een verbindingsfactor.
In 2024 zijn we in huis ook eerst begonnen met Arts Birthday. Daarbij is Ignace Cami, speculaas komen bakken in zeer traditionele boekenplanken. Dat is een mooi voorbeeld van erfgoed en kunst. Ignace maakt dus zelf kunstzinnige koekenplanken en daar mochten wij gebruik van maken. We hebben zelf speculaasdeeg gemaakt en ook daar beginnen we van de zintuigen: we ruiken het deeg, we proeven de koeken. Dat is ook ervaren én de bewoners vonden het lekkere koeken" (lacht)
“Voor mij is kunst de sterkste verbindingsfactor maar dat is natuurlijk zeer persoonlijk."
Hoe uniek is een project zoals Museum E!?
Anneleen: “Heel uniek en je merkt dat steeds meer zorginstellingen er belang aan hechten. We zijn daarin echt een voorloper en dat is alleen maar knap voor een organisatie als WoonZorgNetwerk Edegem. Ik bezie het ook als mijn missie om extern dat echt te promoten. Als ik bijvoorbeeld woonzorgcentrum en museum in één zin zeg, moet ik dat soms echt vier keer herhalen. De mensen geloven die combinatie echt niet. Daarnaast vinden mensen het echt vreemd dat ik dat als job doe en daarvoor ook nog betaald word. Onlangs had ik een interview met een krant over een project en dan stond er echt in dat artikel: ModeMuseum Antwerpen doet een project en het proefproject is in WZC Immaculata, terwijl dat helemaal niet zo was. MoMu en wij deden samen dat project. We hebben beide daar geld en moeite in gestoken. Het grappige is dat we dat interview samen deden en dat allebei zo belichtten maar toch wordt dat anders geïnterpreteerd, alsof er vanuit de zorg geen echte kunst gemaakt kan worden en dat vind ik eigenlijk heel erg, dat het niet doordringt hoe mooi en uniek dit traject eigenlijk is. Voor veel mensen blijft kunst in de zorg gewoon knutselen. Daar krijg ik echt een allergische reactie van. (lacht) Dat is dus eigenlijk mijn doel. De wereld laten zien dat we ook een museum op onszelf zijn”
ModeMuseum Antwerpen, Foto: Dries LuytenJe spreekt over ModeMuseum Antwerpen. Daar werk je sinds dit jaar mee samen.
Anneleen: “Ik probeer heel veel externe projecten te vinden om aan mee te werken. Soms iets te veel. (lacht) Sinds vorig jaar is daar ook het ModeMuseum Antwerpen bijgekomen, waar we naast het kunstzinnige ook zeker het biografische in verwerken. Ik had daar ooit een herinneringskoffer uitgeleend en ik vond dat perfect in ons concept passen. We zijn dan beginnen spreken met elkaar en hebben een project uitgewerkt. Daarmee zijn we samen naar de Koning Boudewijnstichting gestapt om subsidies te krijgen”
En die subsidies zijn er ook gekomen.
Anneleen: “Ja, dat was een heel mooi moment. We zijn dan ook gestart voor een gezamenlijk traject van twee jaar. Uiteindelijk is het een project geworden rond tactiele belevingsobjecten voor personen met (ver)gevorderde dementie. We werken daarbij met twee professionele kunstenaars, verbonden aan het MoMu: Harold en Elisabeth. Ze hebben allebei mode gestudeerd en doen in mijn ogen alles wat Museum E! voorstelt. Ze vertrekken vanuit de biografie van de bewoner. Ze vertrekken vanuit de vraag: wat voelt de bewoner? Samen met mantelzorgers zijn ze dan voelkledij beginnen ontwerpen en maken. Het traject is voor iedereen, de kunstenaars, de mantelzorgers, de collega’s maar zeker ook de residenten een soort van verbinden. Harold en Elisabeth zeggen zelf dat dit project voor hen één van de meest waardevolle dingen is die ze al ooit als kunstenaar gedaan hebben. Dat is al een compliment op zich”
Daarnaast is er ook nog Muhka, waar we al jarenlang mee samenwerken en waarmee we Museum E! gestart zijn. Hoe ging die samenwerking dit jaar?
Anneleen: “In de zomer zijn we gestart met het appel-project in samenwerking met het Muhka dat in 2024 rond dat thema werkte. Het officiële startschot was het appelfestival in de zomer, samen met het animatieteam. Daarna hebben we in de Open Ateliers ook gewerkt rond de vrucht en de verhalen en mythologie daarrond bestudeerd. Om het project nog groter te maken, zijn we in december dan nog een stapje verdergegaan. Samen met twee grafische vormgevers hebben de residenten zelf een appelkookboek gemaakt. Dat was een gigantisch succes, zelfs zo groot dat familieleden het appelkookboek echt konden kopen aan het onthaal. Daarmee hebben we ook de krant gehaald. Zo’n momenten blijven je bij, hoe jong of oud je ook bent”
Hoe zie je de toekomst van Museum E!, als we kijken naar 2025 en later?
Anneleen: “2024 was mijn eerste volledige jaar binnen WoonZorgNetwerk Edegem. Ik kan nu pas zeggen dat ik bijna volledig zicht heb op wat Museum E! allemaal inhoudt en er ook mijn eigen invulling aan kan geven, ook al leer ik nog elke dag bij. Toch heb ik al wat nieuwe dingen gestart. Soms liep dat goed, soms liep ik tegen een muur maar ook dat is kunst.(lacht)
Een uniek project waar ik wel aandacht aan besteed, zijn de belevingsexpo’s beneden in de gang aan het kapsalon. Dat is geen groot ding, maar dat is wel fijn voor bezoekers en familieleden. Zo kan er ook eens kunst en erfgoed getoond worden aan andere mensen, andere familieleden. Opnieuw wordt de resident gezien. Het is een manier om over iets te praten”
Het blijft wel voornamelijk beeldende kunst.
Anneleen: “Ik probeer het open te trekken maar ik moet eerlijk toegeven dat theater, video, audio, dans en muziek een beetje uit mijn ‘comfort zone’ ligt. Al zijn we daar als Museum E! ook wel stappen aan het zetten, meestal in de vorm van samenwerkingsverbanden. Zo werken studenten van de educatieve master van het Conservatorium hier als stagiaires. De docent heeft dan weer een projectsubsidie gekregen voor theater in een woonzorgcentrum dus dat komt hij ook in ons woonzorgcentrum maken in ruil voor begeleiding.
Qua muziek hebben we in huis bijvoorbeeld ook al de muziektherapeute Nele waar we vaker mee zullen samenwerken, we hebben zeker ook experten in huis die podcasts en video’s kunnen maken en we werken mee aan studies van de Koning Boudewijnstichting en de Universiteit van Antwerpen. Allemaal om toch maar aan te geven hoe belangrijk kunst in een woonzorgnetwerk is. Uiteindelijk draait veel rond geld en subsidies en op die manier tonen we aan de politieke partijen dat kunst ook goede dingen teweegbrengt. Anders worden professionele kunstenaars niet beloond voor hun harde werk. Laat ons dus hopen dat we de komende jaren nog veel mooie projecten kunnen doen, zoals we in 2024 mooi gewerkt hebben”






